4.1. Rol van de mentor

Aandacht voor ieder kind

Iedere leerling is anders. Daarom kijken we naar wat een leerling nodig heeft om goed te kunnen leren. Soms betekent dit extra uitleg, soms juist meer uitdaging of begeleiding bij gedrag of planning. Mentoren en docenten stemmen dit onderling goed af. Wij hebben op structurele momenten leerlingenbesprekingen, voortgangsbesprekingen, coachmomenten en driehoek gesprekken. Sommige leerlingen hebben een LeerWegArrangement (LWA). Wij stellen dan samen met de ouder(s)/verzorger(s) en leerlingen een ontwikkelperspectiefplan (OPP) op. Met de juiste ondersteuning zorgen wij er gezamenlijk voor dat de leerlingen het meeste uit zichzelf halen.

De mentor zorgt bij de start van leerlingen in de eerste klas voor een goed verloop van de introductiedagen. In de onderbouw blijft de klas in principe de hele onderbouwperiode bij dezelfde mentor. Elke mentor verzorgt de mentorlessen van zijn/haar eigen klas om onder andere te werken aan goed klas-/leerklimaat.

De mentor draagt zorg voor de ontwikkeling en resultaten van de leerlingen. Daarom heeft elke leerling regelmatig een coachgesprek met de mentor. Wanneer nodig kan de mentor zorgen voor extra ondersteuning.

De mentor helpt de leerlingen met het maken van keuzes voor de bovenbouw, samen met de schooldecaan. Bij de overstap naar de bovenbouw krijgen de leerlingen een nieuwe mentor. De nieuwe mentor bereidt de leerlingen in de bovenbouw voor op het eindexamen. Veel aandacht gaat dan uit naar leren plannen en studeren. De mentor ondersteunt, samen met de decaan de leerlingen bij de keuze voor vervolgonderwijs. Dit heet loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB).

De mentor is altijd de contactpersoon tussen school en ouder(s)/verzorger(s). De mentor bespreekt de vorderingen met de leerling en ouder(s)/verzorger(s). De mentor zorgt voor de basisondersteuning. Als een leerling extra hulp nodig heeft bij leer- of sociaal-emotionele problemen, kan de school extra ondersteuning bieden.